Het is iedere keer opnieuw nieuw

Een portret van Tania Cnaepkens en de speelse kracht van improvisatie

Vandaag woon ik een improvisatiesessie bij van Tania Cnaepkens en haar studenten. Ik vertel haar over mijn idee voor een blog, en zonder aarzelen stemt ze in om mee te werken. Ik zal haar later een lijstje bezorgen met enkele vragen en kapstokken die in de tekst aan bod kunnen komen.

Terwijl ik haar observeer, valt me op hoe vanzelfsprekend ze beweegt in deze ruimte. Alsof ze al in spelmodus staat nog voor iemand “start” zegt. Improvisatie is voor haar geen techniek, maar een manier van aanwezig zijn. “Flexibel zijn, organiseren, zot doen en genieten,” vertelt ze later. En eigenlijk zie je dat al in de eerste vijf minuten.

Ik herken dat.
Als contactclown stap ik ook zonder script een kamer binnen. Je hebt niets om je achter te verstoppen, behalve je adem, je blik en de ander. Clownerie confronteert je met je scherpe kantjes: je neiging om te controleren, je reflex om te willen oplossen, je angst om gezien te worden. Improvisatie doet hetzelfde. Het vraagt om kwetsbaarheid, om durven falen, om aanwezig zijn in wat er is — niet in wat je had voorbereid.

Tania vertelt hoe ze in 1993 toevallig in de improvisatiewereld rolde, toen iemand van De Bil haar vroeg om mee te trainen. “Het vrije gevoel, het organische spel,” zegt ze. “Het trok me meteen aan.”

Dat vrije gevoel is nooit meer weggegaan. Impro is voor haar het plezier van telkens opnieuw beginnen. “Het is iedere keer opnieuw nieuw.” Een zin die bijna achteloos klinkt, maar eigenlijk de hele essentie draagt.

Wat me raakt, is hoe ze spreekt over mensen. “Sommige mensen groeien echt door het improviseren,” zegt ze. “Je ziet hun karakter ook bij het spelen.”

Dat herken ik tot in mijn botten. In spel valt alles weg wat je normaal beschermt. Je ziet wie iemand is wanneer die niets anders heeft dan zichzelf. En precies daar begint groei: in dat kleine, kwetsbare, open moment.

Improvisatie heeft haar veranderd. “Je wordt zelfzekerder en alert,” vertelt ze. Niet door trucjes of technieken, maar door te oefenen in aanwezig zijn. Door te leren dat falen niet het einde is, maar het begin van iets nieuws. Door te ervaren dat speelsheid geen luxe is, maar een kracht.

Die kracht vond ze ook in Theatergarage. Ze woont vlakbij en zag online dat er iets aan het ontstaan was. “Ik kreeg het idee om met de buurtkinderen theater te komen maken,” zegt ze. Wat begon als een ingeving, werd een thuis. “Een fijn thuis met geëngageerde mensen.”

Het is typisch Tania: engagement als vanzelfsprekendheid. Niet omdat het moet, maar omdat het verbindt.

Met Asjemenu wil ze blijven bouwen. Niet groots, niet luid, maar duurzaam. “Dat we dit nog lang kunnen uitbouwen,” zegt ze. En wanneer ik vraag waar ze hoopt dat improvisatie mensen kan brengen, glimlacht ze breed: “Waar ze maar willen.”

Misschien is dat wel de mooiste samenvatting van improvisatie.
Niet weten waar je uitkomt, maar toch gaan.
Niet zeker zijn, maar wel aanwezig.
Niet perfect willen zijn, maar echt.

En terwijl ik naar haar luister, voel ik opnieuw waarom improvisatie — in theater, in clownerie, in het leven — zo’n diepe kracht heeft. Het maakt ons beweeglijker. Zachter. Alerter. Menselijker.

Het is iedere keer opnieuw nieuw.
En misschien is dat precies wat we nodig hebben.


Het is iedere keer opnieuw nieuw